Het toelaten van hulp als je partner aan Alzheimer lijdt

Nu terugkijkend, begon het ruim tien jaar geleden. Destijds woonde echtpaar de Vleer nog niet in Zoetermeer. Zij woonden in Wateringen in een eengezinswoning. Hij zocht er in het begin nog niets achter, als zij de sleutel in de deur liet zitten of de weg een beetje kwijt raakte in het centrum. Vanwege hun leeftijd, beiden tegen de 70, gaan ze in die tijd wel op zoek naar een gelijkvloerse woning. Zij komen terecht in een appartement in Zoetermeer.

De heer de Vleer merkt dan wél dat er iets aan de hand is met zijn vrouw. Ze valt veel af. In Het Lange Land Ziekenhuis volgen er onderzoeken. Dan komt aan het licht dat mevrouw de Vleer aan een licht vorm van Alzheimer lijdt. ‘Ach, zo erg is het niet’, denkt de heer de Vleer op moment van de diagnose. ‘Er zijn remmende medicijnen en als de ziekte erger wordt, zien we dat tegen die tijd wel weer. Ik ga me geen zorgen maken om iets wat nog komen gaat, dat is voor later’.
Het echtpaar krijgt een casemanager toegewezen, die hen beiden helpt om met de ziekte om te gaan. Want ondanks dat de ziekte geleidelijk verergert, ondertussen gaat ook het korte termijn geheugen van mevrouw de Vleer achteruit. De casemanager stelt voor dat mevrouw een middag in de week naar het Ontmoetingscentrum Dementie gaat, waar zij met anderen (creatieve) activiteiten kan doen. Dat bevalt goed, voor beiden. Tijdens die uurtjes doet de heer de Vleer wat voor zichzelf.
Voor iedere persoon die voor zijn of haar partner met een chronische ziekte zorgt, is ontspanning heel belangrijk. Er zijn verschillende manieren van ontspanning. Voor meneer de Vleer is die ontspanning een lekker eind fietsen met de buurman en ergens een biertje drinken. Dat kan als zijn buurvrouw op die momenten bij zijn vrouw is. ‘Daarna kom ik weer opgeladen thuis’, geeft hij aan. Want ondanks dat hij weet dat het bij het ziektebeeld hoort, raakt hij soms ook geagiteerd als zijn vrouw binnen korte tijd dezelfde vragen stelt of dingen niet meer weet die kort daarvoor gezegd zijn.

De heer de Vleer vindt het op dit moment fijn geregeld: maandagmiddag is de buurvrouw bij zijn vrouw thuis, op woensdagmiddag is zijn vrouw in het Ontmoetingscentrum Dementie en donderdagmiddags komt er via ZoSamen een zorgvrijwilliger bij hen thuis die met mevrouw de Vleer optrekt. Tijdens die momenten stapt de heer de Vleer lekker op de fiets of ruimt hij de kelder eens op. Zijn jongere zus is vlak bij hen komen wonen om hem te helpen. Zijn zoon woont in Den Haag en is er ook altijd als hij hem nodig heeft. ‘En dan is er ook nog mijn dochter die weliswaar in het buitenland woont, maar een paar keer per jaar in Nederland is. Tijdens die momenten neemt zij mijn vrouw er lekker mee op uit.
Want een sociaal vangnet is heel belangrijk heeft hij ervaren. Aanvankelijk heeft hij daar ook zijn best voor moeten doen. ‘In het begin sloeg ik hulp af, ik gaf aan dat het wel lukte in mijn eentje. Maar ik wist ook dat als ik hulp zou blijven weigeren, mensen op een gegeven moment afhaken om te helpen. Ik heb geleerd om hulp toe te laten en merk nu dat dat fijn is, voor ons allebei. Ikzelf heb dat geleerd tijdens bijeenkomsten die ZoSamen voor mantelzorgers organiseert, daar kreeg ik handvatten om hulp te leren accepteren’.

ZoSamen is het centrale punt voor ondersteuning van mantelzorgers en (zorg)vrijwilligers. Zorgt u voor een dierbare en bent u op zoek naar informatie en advies of loopt u tegen zaken aan waar u niet uitkomt? Neem dan contact op via 0800 0200 401 of kijk op www.zosamen.nl.
Op verzoek van de betrokkene, zijn de namen in dit artikel gefingeerd.